De medische term voor ooglidcorrectie is blepharoplastiek. Deze term is aan het Grieks ontleend en betekent, vrij vertaald, 'modelleren van de oogleden'. Ooglidcorrectie kan zowel bij boven- als bij onderoogleden worden toegepast. Ooglidcorrecties worden over het algemeen zeer goed doorstaan en onze cliënten zijn doorgaans erg tevreden over het resultaat. Wel kan er na verloop van tijd toch weer wat huidoverschot ontstaan, omdat de huid met het ouder worden ook dunner en slapper wordt. De snelheid waarmee dit gebeurt is sterk wisselend en hangt af van meerdere factoren. De ervaring leert dat een ooglidcorrectie minimaal tien jaar een goed resultaat garandeert.
Wanneer een ooglidcorrectie?
Bij oogleden kunnen zich verschillende problemen voordoen. De belangrijkste zijn wallen onder de ogen en huidoverschot bij boven- en/of onderoogleden. Bij veel mensen komen beide problemen overigens in combinatie voor. Hieronder zetten we ze kort uiteen.
Wallen.
Wallen zijn verdikkingen van de onderoogleden , waardoor het gezicht een vermoeide, slecht uitgeslapen indruk kan maken. De meest voorkomende oorzaak van wallen is de plaatselijke aanwezigheid van overtollig vetweefsel. Rond het oog liggen meerdere vetpockets, die het oog in de oogkas beschermen. Sommige mensen hebben echter een familiaire aanleg voor een overmatige hoeveelheid vet in deze pockets. Dit vet kan gaan uitpuilen in de oogleden en dat is soms al op jonge leeftijd zichtbaar.
Op oudere leeftijd kunnen ook normale hoeveelheden vet in de oogleden gaan uitpuilen. Omdat dit vetweefsel vrij gemakkelijk vocht vasthoudt, kan de ernst van de wallen nogal eens wisselen. Met name 's ochtends bij het opstaan en bij vermoeidheid kunnen de onderoogleden sterk zijn opgezwollen. Zijn de wallen erg fors of vaak gezwollen, dan bestaat op den duur het risico dat de huid van de oogleden wordt uitgerekt.
Huidoverschot.
Met het vorderen van de leeftijd wordt de ooglidhuid slapper en dunner, maar ook aanleg kan hierbij een rol spelen. Door het verslappen en dunner worden kan bij boven- en onderoogleden een huidoverschot ontstaan.
Bij de bovenoogleden wordt huidoverschot zichtbaar door het overhangen van de huid. In het begin is er alleen een extra plooi zichtbaar, maar als het erger wordt kan de huid zelfs over de wimpers heen gaan hangen waardoor het kijken wordt bemoeilijkt. Veel mensen met dit probleem hebben snel het gevoel van vermoeide ogen of moeten zelfs continu de wenkbrauwen optrekken om beter te kunnen zien.
In sommige gevallen wordt de extra huidplooi in de bovenoogleden niet veroorzaakt door huidoverschot, maar door het 'hangen' van wenkbrauwen of voorhoofd. In dergelijke gevallen is een wenkbrauwlift of een voorhoofdslift de juiste oplossing.
Bij de onderoogleden resulteert huidoverschot in rimpels. In sommige gevallen zijn er zelfs 'zakjes' overtollige huid zichtbaar. In dit geval is een wenkbrauwlift of een voorhoofdslift de juiste oplossing.
De operatie.
Ooglidcorrectie vindt plaats onder lokale anesthesie. De aanpak van wallen en van huidoverschot is grotendeels dezelfde.
Voor de onderste oogleden wordt een sneetje gemaakt juist onder de wimpers, waardoor het littekentje later nauwelijks te zien is. Voor de bovenste oogleden wordt het sneetje grotendeels in de natuurlijke plooi van het bovenooglid gemaakt, zodat bij geopende ogen nagenoeg geen littekentje zichtbaar is. Nadat de weefsels voorzichtig zijn geopend, wordt het overtollig vet en/of het overtollige spier- en huidweefsel weggenomen. Vervolgens wordt de huid met heel fijne hechtingen gesloten.
Het wegnemen van een vetophoping bij de onderoogleden kan soms ook plaatsvinden via de binnenzijde van de oogleden . In dat geval blijft er dus geen littekentje achter.
Bij ooglidcorrecties is het bijzonder belangrijk dat de chirurg van tevoren een goede inschatting maakt van de hoeveelheid huidoverschot die moet worden weggenomen. Zou hij of zij teveel huidoverschot wegnemen, dan zou het kunnen dat het oog niet meer goed kan worden gesloten. Ook kan het onderste ooglid van het oog af gaan staan.
Na de operatie.
Vrijwel iedereen krijgt na een ooglidcorrectie te maken met gezwollen, blauwe oogleden.
Om dit zoveel mogelijk onder controle te houden wordt u na de ingreep enkele uren op bed gelegd met ijskompressen op de ogen. Ook adviseren wij u dit de eerste 24 uur met tussenpozen thuis vol te houden.
Na vijf tot zeven dagen worden de hechtingen verwijderd. Na ongeveer één week zijn de zwelling en blauwe verkleuring doorgaans verdwenen en kunt u ook weer make-up gebruiken. Bij correctie van het onderooglid kunt u na ongeveer één week weer contactlenzen dragen; bij correctie van het bovenooglid kan dit alweer na een dag.
Na de behandeling.
Bij ooglidcorrecties is de kans op infectie erg klein. Weliswaar kunnen vrij forse zwellingen en bloeduitstortingen ontstaan, maar die zijn altijd van tijdelijke aard.
Op de plekjes waar hechtmateriaal heeft gezeten kunnen soms 'gerstekorreltjes' ontstaan. Wanneer deze niet vanzelf verdwijnen kunnen ze eenvoudig worden verwijderd.
Sommige cliënten hebben na de ingreep last van tranende of juist droge ogen, maar dit is na enkele weken voorbij.
Een enkele keer kan het ooglid tijdelijk wat afstaan, doordat het littekentje - zolang het niet genezen is - nog hard is. Over het algemeen herstelt zich dit vrij snel.